Oogmedicatie voor 1.8 miljoen mensen

Nederlandse apotheken verstrekten in 2019 aan 1,8 miljoen verschillende mensen in totaal 5,8 miljoen keer een geneesmiddel dat wordt toegepast bij een oogaandoening. Kunsttranen telden de meeste gebruikers: bijna driekwart miljoen. Aan ruim 350.000 mensen werd het antibio-ticum chlooramfenicol voor het oog verstrekt, merendeels in de vorm van een zalf. Dat schrijft de SFK deze week in het Pharmaceutisch Weekblad.

 

Oogmedicatie toegepast bij droge ogen worden kunsttranen genoemd. Het zijn oogdruppels, oogzalven of ooggels die naast verdikkingsmiddelen geen specifiek werkzaam geneesmiddel bevatten. Zowel huisartsen als oogartsen schrijven deze middelen het meest voor: huisartsen aan ongeveer twee derde en oogartsen aan ongeveer een derde van de 735.000 gebruikers.

Verder is bij de medicamenteuze behandeling van oogaandoeningen (ATC-groep S01) een duidelijk verschil waarneembaar tussen de eerstelijnsbehandeling en die in de tweede lijn. Zo wordt het antibioticum chlooramfenicol bijna twintig keer zo vaak door huisartsen voorgeschreven als door oogartsen. Voor het antibioticum fusidinezuur (in de vorm van ooggel) is dat zelfs bijna dertig keer zo vaak. Een dergelijk scheve verhouding geldt niet voor het antibioticum ofloxazine, want dat wordt in ongeveer gelijke mate door oogartsen en huisartsen voorgeschreven.
Allergische conjunctivitis – een niet-bacteriële ontsteking van het slijmvlies van het oog en/of de binnenkant van de oogleden – is vaak hooikoortsgerelateerd en blijkt vrijwel uitsluitend door huisartsen te worden behandeld. Zo schrijven oogartsen slechts zeer zelden oogdruppels met een antihistaminicum voor. Nog geen half procent van de in totaal 185.000 gebruikers van levocabastine heeft daarvoor een recept van een oogarts gekregen. Dat geldt ook voor de 50.000 gebruikers van azelastine. Het antihistaminicum ketotifen (25.000 gebruikers) vormt daarop een uitzondering, want dat schrijven huisartsen en oogartsen, net als het antibioticum ofloxazine, in ongeveer gelijke mate voor.

Oogartsen

Oogartsen schreven in 2019 aan 115.000 mensen oogdruppels voor met een vaste combinatie van het corticosteroïd dexamethason en een antibioticum. Dat zijn er bijna vier keer zoveel als het aantal aan wie huisartsen dat voorschreven. Ook oogmedicatie met uitsluitend corticosteroïden worden vooral door oogspecialisten voorgeschreven.
Het meest gebruikte middel bij glaucoom is bètablokker timolol. Het werd in 2019, al dan niet in vaste combinatie met andere glaucoommiddelen, door ruim 140.000 mensen gedruppeld. Hoewel de behandeling van glaucoom is voorbehouden aan oogartsen, schrijven ook huisartsen (herhalings)recepten uit. Het Nederlands Huisartsen Genootschap adviseert dat alleen te doen voor patiënten die onder controle zijn van een oogarts.
Oogdruppels met NSAID’s, waaronder nepafenac, broomfenac en diclofenac, worden preventief toegepast na oogoperaties. Om die reden behoren ze vooral tot het assortiment van de oogarts. NSAID-oogdruppels telden in 2019 in totaal zo’n 150.000 gebruikers. 

Aantal gebruikers oogmedicatie (2019) naar aandeel voorschrijvers (huisarts en oogarts)

 

OOGMEDICATIE

TOEPASSING

GEBRUIKERS

% HA

% OOGARTS

1

kunsttranen

droge ogen

735.000

65,0%

31,3%

2

chlooramfenicol

antibioticum

355.000

93,7%

5,1%

3

levocabastine

bij allergie

185.000

99,0%

0,4%

4

dexamethason met antibiotica

ontstekingsremmer met antibioticum

160.000

22,2%

73,1%

5

fusidinezuur

antibioticum

135.000

95,7%

3,3%

6

timolol (incl. combinatiepreparaten)

glaucoom

115.000

43,0%

52,3%

7

dexamethason

ontstekingsremmer

90.000

16,3%

77,3%

8

nepafenac

preventief na oogoperatie

80.000

7,9%

85,5%

9

ofloxacine

antibioticum

80.000

55,5%

39,6%

10

latanoprost

glaucoom

67.500

45,2%

50,7%

Kunsttranen tellen van ooggeneesmiddelen meeste gebruikers 

BRON:13 februari 2020, Pharmaceutisch Weekblad, Jaargang 155 Nr 7 (www.sfk.nl/publicaties/PW/2020/oogmedicatie-voor-1-8-miljoen-mensen)