Toename vraag oogzorg

Wachttijden, vergrijzing, taakherschikking. Veel voorkomende termen in publicaties. Waar hebben we het eigenlijk over? 

Eerst enkele feiten & cijfers:

  • 250.000 - Nederlanders hebben een visuele beperking
  • 8 weken - is de gemiddelde wachttijd voor een eerste polikliniekbezoek (dit was  4 weken in 2010-2014)
  • 6180 – tekort aan oogartsen wereldwijd in 2025
  • 25 miljoen – aantal mensen wereldwijd met AMD in 2020. Oplopend naar een geschatte 38 miljoen in 2030 

Dat de vraag naar oogheelkundige zorg groeit is al langer bekend. Als oorzaken worden o.a. genoemd, de toename van de bevolking,  vergrijzing,  eerdere opsporing van oogproblemen en toename van behandelbare chronische oogzorg. De laatsten zijn natuurlijk positieve ontwikkelingen, maar tegelijkertijd legt dit een druk op de oogheelkunde. 

 Wachttijden

De maximaal aanvaardbare wachttijd volgens de landelijke Treeknorm bedraagt 4 weken voor een eerste polikliniekbezoek bij de oogarts. Vele ziekenhuizen zitten daar (ver) boven. De gemiddelde wachttijd is momenteel ong. 8 weken, met uitschieters naar >33 weken. Daarbij moet gezegd worden dat er voor spoedzorg altijd plaats is.

Zo kwamen de Alrijne Ziekenhuizen laatst in het nieuws, omdat zij een patiëntenstop hebben ingesteld. Dit om de huidige wachttijd op te lossen, spoedzorg te behouden en de zorg naar bestaande patiënten te kunnen waarborgen. Het was op een gegeven moment niet meer mogelijk voor bestaande patiënten controle-afspraken te maken. Een probleem dat vermoedelijk in vele praktijken speelt. 

Oplossingen

“De zorgketen moet anders georganiseerd worden” denkt Els Steijger van het Oogziekenhuis Rotterdam.  Edith Mulder (directeur oogfonds): “Ik roep publiek, patiënten, professionals uit de oogzorg, beleidsmakers, politici en verzekeraars op om in beweging te komen. De oogzorg is de zorg van en voor iedereen.” 

Hoe dan?

Er wordt al op verschillende manieren naar oplossingen gezocht, zoals bijvoorbeeld

  • Meer en efficiënter inzet van oogheelkundig ondersteunend personeel (bv TOA’s)
  • Reguliere consulten vervangen door telefonische consulten
  • Optometristen die onder supervisie eigen spreekuren draaien in ziekenhuis of kliniek.
  • Taakverschuiving van oogarts of huisarts naar andere zorgverleners zoals optometristen die buiten het ziekenhuis of kliniek werken.
  • Toepassen van zelf-tests in de toekomst, waardoor stabiele patiënten thuis de mogelijkheid hebben om de ogen te controleren en contact opnemen als er veranderingen zijn. 

Conclusie

De noodzaak tot verandering is duidelijk. De cijfers laten al decennia een toename van de vraag naar oogzorg zien. En deze lijn zet zich voort. Het leveren van goede oogzorg en preventie van slechtziendheid en blindheid heeft zowel een menselijke kant als een financiële kant. De persoonlijke impact en de impact op de samenleving is groot.

De oplossing is niet eenvoudig, maar kan gezocht worden in het anders inrichten van de oogzorg. Efficiënter inzet van tijd en personeel, taakherschikking, preventie, technische ontwikkelingen. Kwalitatief goed opgeleid personeel en registratieregisters. Dit vraagt ook te kijken naar vergoedingen en juridische verantwoordelijkheden. Er worden landelijk door verschillende partijen projecten gedaan, waarbij oogartsen, huisartsen, optometristen en verzekeraars betrokken zijn en het bovenstaande wordt toegepast. Daarbij zijn de ervaringen zijn overwegend positief, maar we zijn er nog  niet. 

BRONNEN: oogvereniging, nationale rapportage oogzorg 2018, zorgkaart Nederland, Retina Today vol 13 no 8