Reactie minister Bruins over onnodig wisselen van medicijnen

 

 

 

 

De minister gaf aan de rapporten te kennen en heeft de opstellers ervan uitgenodigd hun bevindingen en aanbevelingen te bespreken en om samen te kijken wat er beter kan.

Woensdag 20 Juni hebben vertegenwoordigers namens 14 patiëntenorganisaties gesproken met minister Bruins (Medische zorg). Het doel was om tot maatregelen te komen die onnodig wisselen van medicijnen tegen moeten gaan.

 

De minister heeft in een kamerbrief alle vragen beantwoord, maar gaat niet in alle dingen mee. Zo vindt hij het onwenselijk om een algemeen maximum aantal medicijnwisselingen af te spreken, omdat er verschillende niet-medische redenen kunnen zijn (zowel beïnvloedbaar als niet beïnvloedbaar). Er zal op individuele basis gekeken moeten worden naar de reden en gevolgen van de wisseling.

In artikel 2.8 van het Besluit Zorgverzekering Voorschrijvers is vastgelegd dat een patiënt een niet-preferent middel vergoed moet krijgen als dit medische noodzaak is. Uit het onderzoek bleek dat dit in 50% van de gevallen niet gebeurd. De minister ziet op dit moment geen aanleiding voor strengere handhaving. Er zijn afspraken tussen zorgverzekeraars, voorschrijvers en apothekers hoe hiermee wordt omgegaan.

De Handleiding Geneesmiddelsubstitutie wordt geactualiseerd. Deze geeft uitleg over situaties waarin beter niet gesubstitueerd kan worden, maar in de meeste gevallen zal dit per patiënt beoordeeld moeten worden.

Dit najaar gaat een commissie van apothekers, verzekeraars, voorschrijvers en patiëntenvertegenwoordigers de aanbevelingen van het aangeboden rapport bespreken. Daarnaast gaat VWS onderzoek doen naar de oorzaken van wisselen. In dat onderzoek wordt ook gekeken naar de financiële belangen die een rol spelen.

BRONNEN: www.tweedekamer.nl, Oogvereniging, SON (Schildklier Organisatie Nederland), www.parlementairemonitor.nl