Hoornvliestransplantaties en oogdrukproblemen

 

Workshop oogdrukproblemen en hoornvliestransplantaties.

Zaterdag 14 april was oogarts Stefan Coppens aanwezig bij de jaarlijkse nationale Hoornvlies Patiënten Vereniging (HPV) dag in congrescentrum de Eenhoorn te Amersfoort.

‘s Middags gaf hij een workshop over de combinatie van oogdrukproblemen en hoornvliestransplantaties. Een veelvoorkomend probleem, wat ook bleek uit de grote belangstelling voor dit onderwerp. De zaal was volledig gevuld en het publiek bleek voor een groot gedeelte te bestaan uit patiënten met (meerdere) hoornvliestransplantaten. Een aanzienlijk deel van de aanwezigen had daarbij ook problemen met de oogdruk.

 Allereerst werd ingegaan op de anatomie en fysiologie. Oogdruk ontstaat als gevolg van de vulling van (een deel van) het oog met kamerwater. Dit water wordt geproduceerd in het corpus ciliare, volgt een route door het oog en wordt ten slotte voor het grootste gedeelte afgevoerd via het trabekelsysteem. De balans tussen aanmaak en afvoer is belangrijk, en verstoringen hiervan kunnen leiden tot een te hoge oogdruk. Een (te) hoge oogdruk is een belangrijke risicofactor voor het ontstaan van glaucoom.

Bij glaucoom is er sprake van gezichtsvelduitval en schade aan de oogzenuw. Echter glaucoom kan ook ontstaan bij ‘normale’ oogdrukken en is dus niet hetzelfde als verhoogde oogdruk. Stefan benadrukte dat de ‘normale’ oogdruk ligt tussen de 10 en 21 mmHg, maar dat drukken binnen deze waarden glaucoom zeker niet uitsluiten. Tevens is de meting van de oogdruk na een hoornvliestransplantatie onbetrouwbaarder.

Er zijn verschillende manieren om te bepalen of er (aanwijzingen voor) glaucoom zijn. De oogarts kan de oogzenuw bekijken en beoordelen. Tevens kan de zenuwvezellaag met behulp van beeldvorming in beeld gebracht worden. Veelal gebeurt dit middels een onderzoek genaamd Optical Coherence Tomography (OCT). De gouden standaard is het gezichtsveldonderzoek. Hiermee kunnen (beginnende) gezichtsvelddefecten worden opgespoord, soms voordat patiënten dit zelf opmerken.

Er zijn vele redenen waarom hoornvliespatienten een verhoogde oogdruk kunnen ontwikkelen. Stefan besprak enkele mechanismen. Allereerst de zogeheten ‘steroidresponders’. Patiënten met een getransplanteerd hoornvlies hebben vaak langdurig corticosteroiden nodig om de kans op afstoting te verminderen. Deze medicatie, vaak in druppelvorm (bijv. Prednisolon, dexamethason), kan leiden tot een verminderde afvoer van het kamerwater.

Een andere oorzaak is een verandering van de anatomie van het oog na een hoornvliestransplantatie. De balans tussen aanmaak en afvoer van het kamerwater kan verstoord raken en dit kan leiden tot verhoogde oogdruk.

Ook ontstekingsreacties na de transplantatie kunnen drukverhogingen veroorzaken. Ontstekingscellen kunnen het afvoersysteem doen verstoppen en er kunnen verklevingen ontstaan in het oog (‘synechiae’). Deze verklevingen beïnvloeden de route van het kamerwater en leiden soms tot verhoogde oogdrukken.

Bijzondere vormen van (fors) verhoogde oogdrukken kort na een operatie komen ook voor. Een voorbeeld hiervan is het achterblijven van visco-elasticum, een soort gel welke door de oogarts wordt gebruikt bij bepaalde hoornvliestransplantaties. Deze gel kan in het afvoersysteem (trabekelsysteem) terechtkomen en leiden tot hoge oogdrukken. Een andere bijzondere vorm is verhoogde oogdruk door een luchtbel die wordt achtergelaten bij bepaalde hoornvliestransplantaties. Deze luchtbel kan de normale route van het kamerwater dwarsbomen (‘pupilblok’) en de oogdruk verhogen.

Indien de oogdruk te hoog is en leidt tot schade dient deze verlaagd te worden. Helaas is eventuele schade aan de oogzenuw onomkeerbaar en daarom is het belangrijk op tijd te starten met therapie om de kans op verdere schade te verkleinen.

Afhankelijk van de oorzaak en de ernst van de situatie wordt gekozen voor de juiste therapie. Deze kan bestaan uit oogdrukverlagende medicatie (oogdruppels, tabletten of in uitzonderlijke situaties via een infuus), laserbehandeling of chirurgie.

Samenvattend:

  • een ’goede’ oogdruk is relatief

  • (te) hoge oogdruk is een belangrijke risicofactor voor het ontstaan van glaucoom

  • bij hoornvliestransplantaties is er door meerdere factoren een verhoogde kans op oogdrukproblemen

  • behandelingen richten zich op het verlagen van de oogdruk middels medicatie of (laser)chirurgie

Tot slot was er de gelegenheid tot het stellen van vragen. Opnieuw bleek dat er veel ervaringsdeskundigen in de zaal aanwezig waren en dit leidde tot interessante vragen en waardevolle opmerkingen.

Stefan Coppens is als oogarts werkzaam bij Oogziekenhuis Zonnestraal, locatie Haarlem. Hij houdt zich daar onder andere bezig met aandoeningen van het hoornvlies en de lens. Om zich verder te subspecialiseren verdiept hij zich 1 dag per week in het VUmc te Amsterdam in bovengenoemde aandoeningen. Bij Oogziekenhuis Zonnestraal worden verschillende soorten hoornvliestransplantaties verricht. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Oogziekenhuis Zonnestraal of de website www.oogziekenhuiszonnestraal.nl bezoeken.