Medicijnwisselingen zonder medische noodzaak

Er is al jaren een beleid van substitutie van medicijnen. Wat gebeurt daar en waarom? Patiënten krijgen bij de apotheek verschillende varianten van een voorschrift. Wat levert dit op? In hoeverre is dit wenselijk en heeft dit consequenties? 

Als voorbeeld glaucoommedicatie. Mogelijk zijn extra oogdrukcontrole’s nodig of ontstaan er problemen met overgevoeligheid voor verschillende conserveermiddelen.Een andere verpakking of hulpmiddel kan de toediening of therapietrouw negatief beïnvloeden, zoals bij oogdruppelflesjes.In bepaalde gevallen (niet alleen oogheelkundig) moet geneesmiddelsubstitutie vermeden worden, is daarom het advies. 

Elk jaar worden bijna een miljoen patiënten één of meermalen zonder medische reden omgezet op een ander merk medicijn. Zij krijgen dan een andere variant van het medicijn dan de arts voorgeschreven heeft. Dat kan gevolgen hebben. Dit kunnen zowel subjectieve gevolgen zijn, maar ook meetbare gevolgen. Patiënten hebben hierdoor soms extra  medische onderzoeken nodig. 

 

Het wisselen lijkt het gevolg te zijn van een combinatie van het zogenaamde preferentiebeleid, inkoopbeleid en medicijntekorten. Het substitutiebeleid heeft flinke besparingen opgeleverd, maar dat lijkt nu veel minder te worden, omdat generiek met generiek vervangen wordt. Dat de zorg betaalbaar moet blijven, is iedereen het over eens. Maar het moet niet ten koste gaan van de gezondheid. Patiënten kunnen bijwerkingen ervaren, onzeker worden en minder therapietrouw. Ook is bekend dat de werking van een bio-equivalent middel niet bij iedereen hetzelfde is. Een middel kan bij dezelfde dosering een sterkere of juist mindere werking hebben of bijwerkingen veroorzaken.  

Wanneer zijn geneesmiddelen gelijkwaardig?

Een middel wordt als gelijkwaardig gezien als ze dezelfde werkzaamheid en bijwerkingen hebben. Het spécialité(originele medicijn)  en het generieke middel moeten dus even effectief en veilig zijn. Wat betreft de bio-equivalentie worden bepaalde marges aangehouden, waardoor het mogelijk lijkt  dat generieke middelen 20% naar beneden en 25% naar boven mogen afwijken van het spécialité. De onderlinge verschillen tussen generieke middelen kunnen dus groot zijn.

 


Wat verstaat men onder bio-equivalent?

Het EMA (European Medicine Agency) zegt dat twee producten bio-equivalent zijn als:

  • ze dezelfde actieve component(en) bevatten of een farmaceutisch equivalent daarvan (d.w.z. hetzelfde actieve deel, maar in een andere vorm).
  • wanneer na toediening van gelijke doseringen via dezelfde toedieningsweg, de mate en de snelheid waarmee het middel beschikbaar komt in de bloedcirculatie binnen bepaalde grenzen overeenkomt. 

 

Preferentiebeleid.

Het doelmatig voorschrijven van geneesmiddelen is nodig om hoge zorgkosten te verminderen. Het preferentiebeleid betekent dat zorgverzekeraars de mogelijkheid hebben om per werkzame stof één geneesmiddelvariant als preferent aan te wijzen. Alleen die variant komt dan voor vergoeding in aanmerking. Zorgverzekeraars gaan hiervoor in gesprek met geneesmiddelfabrikanten en sluiten zo contracten af. Deze overeenkomsten zijn vaak voor een korte periode, waarna er weer naar een (goedkoper) alternatief kan worden gewisseld. Wat voor de patiënt ook (weer) een wisseling betekent. Zorgverzekeraars voeren ieder een eigen beleid. Het kan dus uitmaken waar je verzekerd bent. 

Als ondersteuning van het preferentiebeleid krijgen apothekers van de zorgverzekeraars een zogenaamde preferentiegraad opgelegd. Dit kan bijvoorbeeld 95% zijn, wat inhoudt dat apothekers in 5% geneesmiddelvarianten mogen afleveren die niet preferent zijn. In het geval van geneesmiddeltekorten raakt die 5% snel op en is er dus weinig ruimte voor recepten met de vermelding ‘medische noodzaak’. 

Als er ‘medische noodzaak’   op het recept staat, moet dit wettelijk gezien gehonoreerd worden, maar dit gebeurt in de praktijk in bijna 50 % van de gevallen niet, zo bleek uit onderzoek van 14 patiëntenorganisaties.  Daarbij hanteren  verschillende zorgverzekeraars,  verschillende principes. Ook kan een patiënt per apotheek een andere variant van het medicijn meekrijgen. 

Voorschrijvers, KNMP (beroepsorganisatie apothekers), farmaceuten en patiënten vinden het frequent wisselen van medicijnen zonder medische reden onwenselijk. Het gaat vaak om middelen die onderling nauwelijks in prijs verschillen (generiek wordt met generiek vervangen, er is geen sprake meer van een prijsverschil tussen spécialité t.o.v. generiek)Het CBG (College ter Beoordeling Geneesmiddelen) zegt: ”generieke medicijnen zijn net zo werkzaam en veilig als de originele medicijnen, maar niet iedere patiënt is hetzelfde.  Minder wisselen, goede voorlichting en het bieden van een oplossing op maat als een patiënt klachten heeft, versterkt het vertrouwen in de medicijnen en het goede gebruik ervan.” 

BRONNEN: www.oogvereniging.nl  Rapport Wisselen van medicijnen.